Vind de samenvatting die je nodig hebt!

de nieuwe terra 2 vwo Nederlandse landschappen

Samenvatting aardrijkskunde hoofdstuk 4: Nederlandse landschappen


Paragraaf 4.1: De wereldreis van Nederland

A. Hoe zag tropisch Nederland eruit?
platentektoniek
= De aardkorst bestaat uit verschillende platen. Ze bewegen allemaal in een andere richting en met een andere snelheid. Hierdoor liggen plaatsen nu op een andere plaats dan vroeger. De werelddelen verschuiven.
Meer dan 500 miljoen jaar geleden lag Nederland in de buurt van de zuidpoolcirkel.  Ongeveer 300 miljoen jaar geleden lag Nederland op de evenaar -> tropisch klimaat en laagvlakte met enkele grote rivieren -> rivieren en zee overstroomden regelmatig het land -> planten gingen dood -> bleven op de bodem liggen -> werden bedekt door een dik pak zand en klei ->sediment en de resten hiervan vinden we terug in de ondergrond op 1 km. diepte.

B. Is Nederland woestijn geweest?
Zo’n 250 miljoen jaar geleden lag Nederland op de plaats waar nu de Sahara ligt -> klimaat erg droog -> bijna geen plantengroei en veel zandheuvels -> Nederland lag toen aan de rand van een grote zee: Een binnenzee ( = een zee zonder verbinding met de oceaan) -> door de droogte verdampte het water -> er bleef zout achter -> dit zit nu als dikke zoutlagen in de bodem -> waar het zout niet zo diep zit wordt het nu gewonnen -> door water in de grond te brengen -> op grote diepte lost het zout op -> zoute water wordt naar boven gepompt en verwarmd -> water verdampt en zout blijft over -> een deel hiervan gebruiken we als keukenzout en als strooizout -> grootste deel wordt in de industrie gebruikt, bijvoorbeeld bij het maken van wasmiddelen.

C. Waardoor verdronk Nederland?
Meer dan 220 miljoen jaar geleden zaten alle werelddelen aan elkaar vast. Dat is later in stukken gebroken en zo ontstonden werelddelen:
In het zuiden : Afrika, Zuid-Amerika, Antarctica en Oceanië
In het noorden : Noord-Amerika, Azië en Europa
Door deze beweging: Op verschillende plaatsen ontstonden nieuwe bergruggen, op andere plaatsen zakte de aardkorst naar beneden. De Noordzee en bijna heel Nederland kwamen toen onder water te staan.
In de ondiepe Noordzee leefden veel dieren -> Resten hiervan spoelden aan op de kust -> dat gebeurde duizenden jaren achter elkaar -> schelpen werden bedekt door zand en klei -> langzaam werden ze in elkaar gedrukt -> ontstaan van dikke lagen kalksteen -> in deze lagen halen verzamelaars nog steeds haaientanden en fossiele zee-egels.
Al 2000 jaar wordt deze kalksteen gebruikt als bouwmateriaal. De Romeinen zaagden blokken kalksteen uit de heuvels en gebruikten die voor bijv. bruggen en boerderijen.
In Zuid-Limburg ontstond zo een stelsel van gangen met een lengte van honderden kilometers. Tegenwoordig wordt kalksteen gebruikt om cement te maken. Daarvoor wordt in Zuid-Limburg de Sint Pietersberg afgegraven.
EXTRA
Delfstoffen - Alle stoffen die mensen uit de grond halen omdat ze bruikbaar zijn. Dat kan ijzererts of aardgas zijn, maar ook zout of kalk. Zelfs zand is een delfstof.
De grond waarop wij lopen bestaat uit veel verschillend materiaal. Bijv. zand, harde rotsen, zachte zeeklei. Soms kom je ijzer of goud tegen. Niet overal op de wereld liggen dezelfde materialen en niet dezelfde hoeveelheden. In Nederland zit ijzer in de grond, maar zo weinig, dat niemand het uit de grond haalt.

Paragraaf 4.2: Rivieren en ijs

A. Wat veranderde er in de ijstijden?
Ruim 2,5 miljoen jaar geleden veranderde het klimaat op het noordelijk halfrond.
De temperatuur daalde voor duizenden jaren achter elkaar
== Begin ijstijd (ook GLACIAAL genoemd)
* pleistoceen = periode die begint met de eerste ijstijd en eindigt 10.000 jaar geleden als laatste ijstijd voorbij is
* holoceen = warmere tijd die daarna komt
* kwartair = holoceen en pleistoceen samen
begin ijstijd -> temperatuur zakt -> winters kouder en langer -> steeds meer sneeuw blijft liggen in zomer -> rivieren krijgen minder water -> hierdoor zakt zeespiegel -> ondiepe zeeën (zoals Noordzee) vallen droog -> gletsjers groeien op Noordpool en in bergen -> noorden van Amerika, Europa en Azië wordt bedekt door pak ijs van soms wel 3 km -> rond ijskap grote kale vlakten -> over deze vlakten trokken mammoeten -> restanten van gevonden

B. Hoe ontstond de puinwaaier?
- Puinwaaier = Dikke laag afzettingen van zand en grind door rivieren -> Is ontstaan op volgende manier:
hard stromende rivier -> veel kracht -> stroomsnelheid neemt af in benedenloop (= laatste deel van rivier dat eindigt in zee) -> grind wordt als eerste neergelegd (is zwaarst) -> bij dalen stroomsnelheid zakt grind naar bodem -> water nog langzamer stromen -> zand wordt ook neergelegd -> aan einde, dicht bij zee, wordt ook de klei neergelegd ( Zie bron 4)
Op sommige plaatsen is deze puinwaaier meer dan 300 meter dik.

C. Hoe veranderde Nederland door het ijs?
= Saale-ijstijd = IJstijd waarin het noorden van Nederland door ijs werd bedekt.
Saale-ijstijd begon ongeveer 200.000 jaar geleden:
* Vanuit het noorden schoof het ijs over Nederland -> kwam tot stilstand op de lijn tussen de plaatsen Haarlem, Utrecht, Nijmegen -> ten zuiden hiervan was het wel koud, maar was geen ijs -> ten noorden hiervan lag duizenden jaren lang een pak ijs van meer dan 100 meter dik -> landschap in Nederland veranderde -> het ijs duwde als een enorme sneeuwschuiver zand en grind van de puinwaaier opzij -> hierdoor ontstonden grote heuvels -> deze worden stuwwallen genoemd -> bijvoorbeeld de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug
* Rijn en Maas konden niet langer naar het noorden stromen -> door het ijs bogen ze af naar het westen

* Het ijs dat naar Nederland kwam was niet schoon -> grote en kleine stukken steen, fijn stof -> smelten ijs ->materiaal bleef achter -> dit heet zwerfstenen -> hier werden onder andere hunebedden van gebouwd -> ook op verschillende plaatsen in Noord-Nederland liggen nog stenen, grind en zand uit deze tijd -> dit noemen we _ keileem
Na Saale-ijstijd veranderde het klimaat nog een paar keer. Er kwam een warme tijd en die werd gevolgd door de laatste ijstijd. Ruim 10.000 jaar geleden was die laatste ijstijd voorbij en daarna begon het holoceen.

Heel in ’t kort samengevat:
Gevolgen ijstijd:
- ontstaan stuwwallen
- Rijn en Maas bogen af naar ‘t westen
- zwerfstenen bleven achter
- keileem in de grond in Noord-Nederland

EXTRA
Hoeveel ijstijden zijn er geweest?
Het pleistoceen duurde zo’n 2,5 miljoen jaar. Die periode kent veel ijstijden. Niemand weet precies hoeveel. Minstens 10, maar misschien wel 100. Elke ijstijd was anders. Kortere en langere. Gemiddeld duurde een ijstijd 70.000 jaar. Tussen de ijstijden was warmere periode. Wij leven nu in het holoceen. Dat is zo’n warme periode. Niemand weet hoe lang dit nog duurt. Maar deze periode gaat eens voorbij. Dan kan er een nieuwe ijstijd komen.
 

Paragraaf 4.3: Grondsoorten
A. Welke hoogte heeft Nederland?

Hoogste punt : Zuid-Limburg, bijna 32 m
Laagste punt : in buurt van Rotterdam, bijna 7 m onder NAP (Normaal Amsterdams Peil)
Hoog-Nederland - de hoogste delen van Nederland -> liggen in zuiden en oosten
Laag-Nederland - de laagste delen van Nederland -> liggen in noorden en westen
Waar ligt de grens tussen Hoog-Nederland en Laag-Nederland?
 Vaak wordt als grens de hoogte van de zeespiegel aangehouden -> zee staat echter niet altijd even hoog -> elke dag twee keer eb en vloed -> hoogte van vloed is afhankelijk van wind en ligging kust -> om twijfel weg te halen, is een paar eeuwen geleden afgesproken om de gemiddelde vloed bij Amsterdam als uitgangspunt te nemen -> Normaal Amsterdams Peil (NAP) -> grens tussen Hoog-Nederland en Laag-Nederland ligt bij 1 meter boven NAP.
B. Waar ligt zand en löss?
Hoge gebieden van Nederland:
vaak zand -> in het pleistoceen door rivieren naar Nederland gebracht  -> dat is puinwater -> laatste ijstijd is daar dekzand bijgekomen -> kwam van droge bodem van Noordzee -> bij stormen is dat opgepakt en verplaatst -> dekzand vormt nu zandlaag van 20 tot 40 cm dik
Laatste ijstijd nam de wind ook löss mee -> fijn materiaal dat door de wind duizenden km kan worden verplaatst -> wordt neergelegd zodra kracht van de wind afneemt -> in heuvels van Zuid-Limburg ligt deze löss nog steeds
Zandgronden in de duinen langs Nederlandse kust -> aangevoerd door de zee -> door de wind verplaatst -> soms werden vroeger complete dorpen bedekt door zand -> nu kan dat niet meer, omdat de duinen beplant zijn met bijvoorbeeld helmgras -> duinen belangrijk voor Nederland -> voor veiligheid  bovendien uniek landschap
Natuurreservaten = beschermde natuurgebieden
C. Welke grondsoorten zijn er in Laag-Nederland?
grondsoort = materiaal waaruit de grond bestaat
Grondsoorten in Laag-Nederland:
- zand
- löss
- rivierklei -> in gebieden waar rivieren overstroomden kwam rivierklei terecht
- zeeklei -> in gebieden waar de zee overstroomde kwam zeeklei terecht
- veen -> Nederland was paar duizend jaar geleden een groot moerasgebied -> veel planten -> na afsterven kwamen ze onder water terecht -> ze bleven liggen door tekort aan zuurstof om ze te laten vergaan -> veen ontstaan uit dat laagje plantenresten -> laagje veen werd elk jaar beetje dikker -> sommige veenlagen zijn paar meter dik
EXTRA
Is het goede landbouwgrond?

Grondsoorten zijn nooit zuiver. In zandgrond zit bijna altijd klei en kleigrond ook in zand.
Plantengroei is afhankelijk van de grondsoort en de vochtigheid (of droogte).
Zuivere zandgronden bevatten niet veel voedsel voor planten, maar door beetje aanwezige klei kunnen er planten groeien. Als er niet voldoende voedsel in grond zit kan kunstmest worden gebruikt. Veengrond is meestal nat, daarom groeit er vaak gras. Klei en löss zijn voor de landbouw heel geschikt. Er zit veel plantenvoedsel in en is niet te nat en niet te droog.
Paragraaf 4.4: Plassen en moerassen
A. Waar bleef het hoogveen?
Hoog-Nederland -> verschillende gebieden waar water moeilijk weg kan stromen -> nu pompen we dat weg -> vroeger bleef het staan -> hierdoor moerassen -> grondsoort: hoogveen -> mensen droogden dat en gebruikten het als brandstof -> gedroogd veen heet turf -> veen werd overal afgegraven en gebruikt -> landschap hierdoor paar meter verlaagd -> bijna overal is nu het hoogveen verdwenen
B. Hoe zien laagveengebieden er uit?
Laag-Nederland -> uit plantenresten van moerassen is veen ontstaan -> laagveen -> op moerassen konden mensen niet wonen -> ze probeerden laagveengebieden geschikt te maken voor de landbouw -> dijken bouwen rond laagveengebied -> water binnen dijken wegpompen -> laagveengebieden veranderden in polders -> polders zijn gebieden waar mensen de hoogte van het water regelen -> tegenwoordig worden laagveengebieden als grasland gebruikt
Ook in Laag-Nederland werd veen gebruikt als brandstof -> om veen te winnen groeven mensen langgerekte sloten landschap met langgerekte sloten en eilanden nu nog goed te herkennen  deel van die eilanden is door water weggeslagen  hierdoor nu plassen in West-Nederland in de kop van Overijssel
C. Hoe zijn droogmakerijen ontstaan?
Grote delen van Laag-Nederland stonden vroeger onder water -> op sommige plaatsen nog steeds -> er zijn door mensen ook meren droog gemaakt -> dijk rond water maken (=ringdijk)  water werd over de ringdijk gepompt in de ringvaart -> ringvaart in verbinding met rivieren en kanalen -> water werd afgevoerd naar de zee -> door water weg te pompen ontstond er een droogmakerij -> dat is dus een soort polder -> bijna elke dag moet water worden weggepompt, anders komt de droogmakerij weer vol te staan met water -> eerst werd gepompt met windmolens -> daarna met stroomgemalen molens -> nu elektrische pompen -> daarmee is o.a. Flevoland drooggemaakt
EXTRA
Inklinking

Veel plassen en moerassen zijn door mensen drooggemaakt door water weg te pompen. Grond werd droger en steviger. Geschikt om te wonen en te werken.
inklinken = als natte grond wordt drooggemaakt, gaat de grond zakken
Bij veengrond kan de grond soms meer dan een meter lager komen te liggen. Bij klei is de inklinking minder groot. Door de inklinking zakt de bodem van Nederland steeds verder. Dat is niet gunstig, want tegelijk stijgt de zeespiegel.